Lezing Janna Coomans over Dievenland in Eerbeek


Op 23 maart 2026 organiseerde de Oudheidkundige Vereniging De Marke in het Pater Dekkerhuis te Eerbeek
een lezing door historica Janna Coomans (Universiteit Utrecht). Centraal stond haar boek Dievenland, dat
werd bekroond met de Libris Geschiedenis Prijs.

Coomans schetste een beeld van het dagelijks leven in de IJsselstreek tijdens de late middeleeuwen. In deze
periode was bestaanszekerheid allerminst vanzelfsprekend. Oogstproblemen, economische tegenslag en
ziekte konden mensen snel in een kwetsbare positie brengen. Tegen deze achtergrond plaatste zij het
fenomeen diefstal, dat zij duidde als een praktijk die vaak voortkwam uit noodzaak en nauw verweven was
met het dagelijks bestaan.

Een belangrijk inzicht uit de lezing was dat de grenzen tussen legaal en illegaal gedrag minder scherp waren
dan in de huidige tijd. Kleine vormen van diefstal werden in bepaalde omstandigheden gedoogd, afhankelijk
van sociale verhoudingen en lokale context. Daarbij gaf Coomans ook concrete voorbeelden van wat er zoal
werd ontvreemd. Het ging niet alleen om geldstukken, maar ook om alledaagse goederen zoals kleding en
sieraden, die relatief gemakkelijk verhandelbaar waren. Daarnaast werden regelmatig dieren gestolen – van
kippen en schapen tot koeien – wat voor de gedupeerden vaak grote economische gevolgen had. Dergelijke
diefstallen kwamen zowel in stedelijke als in landelijke gebieden voor.
In dit verband wees Coomans op de belangrijke rol van de steden Kampen, Deventer, Zwolle en Arnhem als
economische knooppunten binnen de regio. Deze steden fungeerden als centra van handel en rechtspraak,
maar trokken ook mensen aan die op zoek waren naar werk of nieuwe kansen, wat de dynamiek rond
eigendom en diefstal verder versterkte.

Daarnaast besteedde zij aandacht aan migratie. De IJsselstreek was een dynamisch gebied waarin mensen
zich regelmatig verplaatsten op zoek naar werk en bestaansmogelijkheden. Deze mobiliteit droeg bij aan een
samenleving waarin lokale en niet-lokale bevolkingsgroepen voortdurend met elkaar in contact stonden.
De lezing werd verrijkt met sprekende voorbeelden uit historische bronnen. Zo verwees Coomans naar een
miniatuur van Simon Bening, waarop een herberg op het platteland is afgebeeld. Deze illustratie onderstreept
de rol van herbergen als belangrijke ontmoetingsplaatsen. Ook de Veluwe, zoals weergegeven in de
kaartenatlas van Christiaan Sgrooten, kwam aan bod als geografische en sociale context van de besproken
ontwikkelingen.

Verder behandelde zij enkele concrete casussen, waaronder die van Johan Johansz van Sichelen en de
bekentenis van Koilgreve. Dergelijke rechtsbronnen geven een inkijkje in het leven van individuen en de
wijze waarop zij met justitie in aanraking kwamen.
De lezing bood het publiek een verdiepend en toegankelijk inzicht in een samenleving waarin
bestaansonzekerheid, mobiliteit en informele praktijken nauw met elkaar verweven waren. Met haar betoog
en aansprekende voorbeelden wist Coomans het verleden op overtuigende wijze tot leven te brengen.

Jan Dommerhold